Advanced Hazmat Life Support
(AHLS)

AHLS Paradigma

  • A = Alter absorption
  • A = Administer antidote
  • B = Basic medical treatment (ABCDE)
  • C = Change catabolism
  • D = Distribute differently
  • E = Enhance elimination

'Treat the patient, not the poison'

stap 1: Patient

Bij een ABCDE stabiele patiënt met indicatie voor ontsmetting eerst ontsmetten, om blootstelling van
de patiënt te verminderen en hulpverleners te beschermen.

 

Daarna eerste benadering en reanimatie: standaard ABCDE conform ALS, ATLS, PTLS, etc.

Bij een ABCDE instabiele patiënt met indicatie voor ontsmetting eerst alleen noodzakelijke
stabiliserende handelingen uitvoeren:


Handschoenen en schort aan, draag FFP2 mond masker;
Standaard ABCDE of reanimatie conform ALS, ATLS, PTLS, etc;
Bij indicatie voor ontsmetting: vervolg de behandeling z.s.m. in de deco-unit wanneer de klinische
toestand dit toelaat.

stap 2: Tweede benadering

AHLS paradigma

Absorptie beïnvloeden, waaronder door ontsmetting

 

Ontsmetten van een besmet slachtoffer is nodig als het reservoir van gevaarlijke stof op of om het lichaam van een slachtoffer een risico vormt voor de hulpverleners of het slachtoffer zelf.

 

In de praktijk betekent dat het volgende:

 

1. Eerste stap = Ontbloten

 

Door uittrekken van alle kleding is altijd de eerste stap van ontsmetting.

 

2. Gas of Damp

 

Bij blootstelling aan gas of damp is ontbloten meestal de enige vereiste ontsmettingsstap. Natte
ontsmetting kan dan meestal worden overgeslagen.

 

3. Natte ontsmetting is geïndiceerd bij:


• Besmetting met een vloeistof of vaste stof.
• Blootstelling aan gas, als voldoende gas achtergebleven/opgelost kan zijn op bezwete huid. Het
optreden van irritatie (roodheid) kan voor corrosieve of irriterende stoffen een indicatie zijn.
• Blootstelling aan gas, als het geringe reservoir op de huid toch mogelijk risico oplevert door de
hoge toxiciteit van de stof (denk aan strijdgassen).

 

4. Bij twijfel altijd ontsmetten.


Het slachtoffer wordt ontsmet met:

• Water, als de besmetting goed wateroplosbaar is.


• Water en milde zeep als de besmetting slecht wateroplosbaar is of bij een onbekende stof.


• Speciale middelen voor een beperkt aantal stoffen, voor zover beschikbaar:
o Calcium gluconaat gel bij HF en fluoriden.
o Polyethyleen Glycol bij fenol.
o Na-bicarbonaat oplossing 5% bij monochloorazijnzuur.

Toedienen van specifieke antidota

 

Intoxicaties en antidota

 

Voor sommige intoxicaties zijn specifieke middelen nodig, dan wel vaker gebruikte
middelen in veel hogere dan gebruikelijke doses (atropine, pyridoxine, hydroxocobalamine).

 

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de benodigde middelen voor de meest gebruikelijke
intoxicaties met industriële chemicaliën.

 

Voor intoxicaties met geneesmiddelen zijn aanvullende antidota nodig; deze zullen vaak al in een ziekenhuis beschikbaar zijn.

 

ABCDE methodiek

 

conform ALS, ATLS, etc.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Catabolism (toxiciteit beïnvloeden door ingrijpen in metabolisme van de stof)

Toxiciteit beïnvloeden door de stof anders te verdelen in het lichaam)

Bevorderen van uitscheiding

Stroomschema opvang chemisch besmette patienten

Bronnen

  • https://www.otoportaal.nl/sites/default/files/redactie/16.08.16_pj_handreiking_nazrz_aze_chemisch_versie_2013.pdf#page=10
  • https://www.ifv.nl/kennisplein/Documents/20110318-aznnn-richtlijn-chemische-slachtoffers-seh.pdf
  • https://www.icverpleegkundige.com/files/ABCDE-Methodiek.pdf
  • https://www.internisten-alrijne.nl/hazmat-ahls-cbrn.html
  •  
Scroll Up