Introductie Medium care ambulancezorg

" Differentiatie binnen de ambulancezorg "

Pilot project Medium Care Ambulancezorg

Introductie

Sinds september 2018 zijn een drie tal ambulance diensten (RAV Ambulancezorg Rotterdam-Rijnmond, RAV Ambulance Amsterdam en RAV Haaglanden) begonnen met de introductie van de zgn. Medium Care Ambulance.

Pilot project

Dit is een pilot-project van een jaar om te inventariseren of deze nieuwe differentiatie binnen de ambulancezorg een definitieve plaats zou kunnen krijgen binnen de bestaande reguliere ambulancezorg.

Bron: AZN Nederland

Huidige inrichting Ambulancezorg Nederland

Reguliere ambulancezorg

Binnen de reguliere ambulancezorg kennen we momenteel de volgende rit categorieën

A1: Dit zijn spoedeisende inzetten waarbij sprake is van een acute bedreiging van de vitale functies van de patiënt

A2: Dit zijn ook spoedeisende inzetten. Er is geen sprake van direct levensgevaar, maar er kan wel sprake zijn van (ernstige) gezondheidsschade

B:  Dit betreft planbare ambulancezorg, het gaat om patiënten die liggend vervoerd moeten worden en onderweg zorg nodig kunnen hebben

 

Wilt u meer lezen over de diverse eenheden die ingezet kunnen worden binnen de reguliere ambulancezorg, klik dan hieronder op de link

ambulance-eenheden-nederland

Medium Care Ambulancezorg

Introductie

Wegens de grote tekorten aan gespecialiseerde verpleegkundigen die in gezet kunnen worden binnen de spoedeisende ambulancezorg en hieraan gekoppeld de moeilijkheid om dezen aan te trekken, is er een nieuwe functie differentiatie gecreëerd binnen de Nederlandse ambulancezorg.

Medium Care Ambulance

Deze eenheid bevindt zich tussen de (spoed) ambulance en zorg-ambulance in. Waarbij deze eenheden ingezet zullen ingezet worden op zgn. B1 ritten.

Hierbij wordt er een verder onderscheid gemaakt in het planbaar besteld (B) vervoer 

B1: hoog complex – planbaar vervoer

B2: laag complex – planbaar vervoer

Personeel

Voor deze ambulance worden algemeen (niet-gespecialiseerde) verpleegkundigen opgeleid tot Medium Care ambulanceverpleegkundige, dit is een opleiding van 8 weken.

Bij aangetoonde geschiktheid zullen er voor de MC Ambulanceverpleegkundigen ook doorgroeimogelijkheden zijn naar de (High Care) ambulance.

Inzetbaarheid

De Medium Care Ambulance wordt ingezet bij het besteld vervoer en het bewaakt vervoer; de zogenaamde B-ritten. Je zorgt ervoor dat de patiënt begeleid wordt naar de plek van bestemming en dat de medische situatie stabiel blijft. Indien nodig sluit je de patiënten aan op bewakingsapparatuur en hou je de vitale functies in de gaten tijdens het vervoer. Wanneer de gezondheidssituatie van de patiënt verslechtert, dan grijp je adequaat in. Tot slot ondersteun je de Ambulanceverpleegkundigen op de High Care Ambulance, bijvoorbeeld  met de geneeskundige hulp als er ongevallen of  rampen plaatsvinden.

Bron: https://www.ambulancezorg-rr.nl/werkenbij/vacatures/ambulance/

Disclaimer

Deze omschrijving heeft de bedoeling een beeld te schetsen van de nieuw in te zetten ambulance eenheid, hierbij zullen er logischerwijs verschillen kunnen zijn in de inrichting en inzetbaarheid, tussen de diverse verschillende ambulancediensten.

Vragen aan RAV Rotterdam Rijnmond over de pilot Medium Care Ambulance

In verband met deze topic heb ik RAV Rotterdam Rijnmond schriftelijk een aantal vragen gesteld, welke zijn beantwoord door dhr. van der Hulst

Drs. J.B. van der Hulst│Sr. Beleidsmedewerker │AmbulanceZorg Rotterdam-Rijnmond │Bezoekadres: Breslau 2, 2993 LT Barendrecht │ Postbus 4, 2990 AA Barendrecht│ Telefoon: 0180 – 643300 │ Fax: 0180 – 643301 │Website: http://www.azrr.nl │ Disclaimer: http://www.azrr.nl/disclaimer

Vraag 1/:

Kunt u het verschil uitleggen tussen laag complex en hoog complex planbaar vervoer (naast de noodzaak voor verpleegtechnische handelingen en complexiteit). Wat zijn bijvoorbeeld de verschillen wat betreft inzetcriteria tussen deze twee?

Antwoord:

Hoogcomplex planbaar vervoer: Vitale functies redelijk maar kans op instabiliteit  >>> ALS ambulance

Middel complex planbaar vervoer: Vitale functies bijna normaal   >>>> medium care ambulance

Laag complex planbaar vervoer: Vitale functies normaal >>> Zorgambulance

Inzetcriteria medium care

Medium care ambulance kan alle ritten uitvoeren die vallen binnen het kwaliteitskader zorgambulance + :

·         De patiënt heeft een Modified Early Warning Score Zorgambulance (EWS) van maximaal 2;

·         De patiënt heeft tijdens vervoer begeleiding nodig, waarbij continue monitor bewaking4 kan zijn geïndiceerd. Voorwaarden voor uitvoering van dit transport zijn dat de patiënt, twee uur voorafgaand aan de aanvraag van het vervoer, is gemonitord en geen ritme- en geleidingsstoornissen heeft gehad.

·         Overplaatsing van patiënten met vastgestelde laag- tot medium complexe psychiatrische problemen waarbij is van beheersbare onrust zonder noodzaak tot sedatie.

·         Patiënten waarbij onderweg infusie en/of intraveneuze medicatie gecontinueerd, of als bolus gegeven moet worden, waarbij:

·         Hoeveelheden door behandelaar (arts of ALS ambulanceverpleegkundige) zijn vastgesteld en de MC verpleegkundige is geadviseerd over mogelijke bijwerkingen.

·         De toegediende medicatie minimaal twee uur wordt toegediend

o Antibiotica

o Heparine

o Morfinepomp zelf te bedienen met maximeringsbeveiliging

o Pijnstilling (met maximering) via epiduraal

o TPV mits tijdens transport toediening niet via infuuspomp maar op de hand met instructie druppels/minuut

·         Het is niet te verwachten dat continuering van medicatie invloed zal hebben op hemodynamiek van de patiënt tijdens het transport.

·         Continuering van zuurstof ≤ 6 liter/min. mits EWS niet hoger dan 2;

·         Inzet als eerste eenheid ter plaatse bij reanimatiemeldingen. Voorwaarde voor inzet:

 De medium care wagen bevindt zich ter plaatse of in de directe nabijheid van de reanimatiesituatie.

·         Kind Patiënt ≥ 6 jaar. Voorwaarden voor inzet:

·          Bewaking niet nodig of wenselijk.

·         Ten tijde van opgeschaalde zorg: ter beoordeling van de OvDG vervoer van T2 en T3 patiënten (na secundaire triage).

·         Patiënten waarbij sprake is van contact, aërogene of druppel isolatie.

Uitsluitcriteria medium care ambulance

De MKA plant de medium care ambulance niet in indien de zorgsituatie aan een of meer van de volgende uitsluitcriteria voldoet:

·         A1- en A2 indicatie;

·         MICU – PICU – NICU indicatie;

·         Voorwaarde scheppende rit;

·         Patiënt met een EWS ≥ 3, tenzij terminaal/palliatief (mits voorzien van NTBR verklaring);

·         Er is sprake van een patiënt die door de (huis)arts wordt verwezen naar de Spoedeisende Hulp (SEH) om te worden beoordeeld;

·         Patiënt met verdenking intoxicatie;

·         Patiënt waarbij door transport per ambulance mogelijke intracraniële drukverhoging zal leiden tot verergering van (neurologische) problematiek;

·         (kans op) Verloskundige problematiek;

·         Overplaatsing patiënt met eigen beademing;

·         Vervoer van T1 patiënten ten tijde van opgeschaalde zorg;

·         Patiënt waarbij sprake is van strikte isolatiemaatregelen;

Vraag 2/:

Worden deze B1 ritten met een reguliere ambulancechauffeur gereden of via een minder hoog gekwalificeerde (zorgambulance) chauffeur

Antwoord:

De terminologie B1 is niet geheel juist. Terminologie is nog in ontwikkeling. B1 vervoer is feitelijk vervoer op ALS niveau, en B2 betreffen zorgambulanceritten. Medium Care zit hier tussen. Mogelijk herschikking van terminologie zou kunnen zijn: B1 (ALS / hoogcomplex), B2 (MC / midden complex), B3 (zorgambulance, laag complex)

In de drie pilot regio’s wordt er verschillend omgegaan met de chauffeursrol. MC vereist geen ambulancechauffeur per definitie. Er zijn echter regio’s die om bedrijfslogistieke redenen tijdens de pilot periode werken met ambulancechauffeurs. Beide opties zijn mogelijk.

Vraag 3:/

Worden deze B1 ritten met of zonder optische en geluidssignalen gereden?

Antwoord:

Zonder. Betreft in alle gevallen planbaar ambulancevervoer (B indicatie), geen a1 / a2 ritten

Vraag 4:/

Welke (voorbehouden/risicovolle) handelingen mag een Medium Care ambulanceverpleegkundige uitvoeren?

Antwoord:

Gelijk aan verpleegkundige niveau 4

Vraag 5:/

Is de inrichting van de B1 ambulance gelijk aan die van de ALS ambulance en zo nee welke verschillen zijn hier in te vinden?

Antwoord:

Onjuiste terminologie. Tijdens pilot periode gebruiken de drie regio’s zowel ALS ambulances als zorgambulances. Dit op basis van bedrijfsvoering afwegingen.

De MC heeft echter wel een beperkter arsenaal aan hulpmiddelen aan boord.

Vraag 5.1:/ 

Mogen  Medium Care ambulanceverpleegkundigen medicatie geven en zo ja welke eventuele restricties zijn hier of vallen deze onder de LPA?

Antwoord:

Nee. Kan mogelijk wel nog komen, maar zal zeer beperkt zijn.

Vraag 6:/

In diverse teksten op internet is te lezen dat de Medium Care Ambulance (MCA ) zal kunnen gaan assisteren bij ongevallen en of rampen, houdt dit in alleen in het kader van de GGB of ook bij reguliere ambulancezorg (assistentie bij een reanimatie/ongeval etc)?

Antwoord:

Tot nu toe alleen nog in het kader van GGB. Inzet als tweede wagen bij reanimatie is (nog) niet aan de orde. Ook onduidelijk of dit gaat komen.

Vraag 7:/

Er is ook te lezen dat bij geschiktheid de MCA verpleegkundige door kan stromen naar de ALS ambulancezorg, alleen hoe zit dit schakeltraject/opleidings traject er dan eventueel uit, aangezien de MCA verpleegkundige niet in het bezit hoeft te zijn van de gewenste specialisaties nodig voor de opleiding tot ALS Avk?

Antwoord:

Dit moet nog nader ontwikkeld worden. Zitten nu nog in een pilot fase, waarbij het opleidingscurriculum voor de MC pas net ontwikkeld is en nu voor de eerste keer wordt gedraaid.

Vraag 8:/

Wat zijn de inzetcriteria voor Hoogcomplex besteld vervoer

Antwoord:

> Zie uitsluit criteria.

Leave a Reply

Leave a Reply

  Subscribe  
Notify of